Gaandeweg – Het Parool

Lichting 2008 is de ironie voorbij

Jos van der Burg Het Parool – 24 juni 2008

Het peentjes zweten is achter de rug, de eindexamenstudenten van de Nederlandse Film en Televisie Academie hebben hun films vertoond. Ze kunnen tevreden zijn. Lichting 2008 levert overwegend volwassen films en een paar juweeltjes op.

De film- en televisiewereld is achtenvijftig werkzoekenden rijker. Dat is het aantal studenten dat deze week afstudeert aan de Amsterdamse Filmacademie. Samen maakten ze vijf documentaires, zeven fictiefilms, één animatiefilmpje en acht commercials.

Zoeken naar overeenkomsten krijgt bij zo veel films snel iets geforceerds, maar de afwezigheid van mondiale problemen is opmerkelijk. Met uitzondering van een paar films zoekt Lichting 2008 het niet in sociaal en politiek engagement, maar in verhalen dicht bij huis. Men onderzoekt liever de vierkante meter dan het weidse vergezicht. Liever de introspectie dan de rebellie. Geen grote statements, maar tastend zoeken. In het verleden leverde dat nogal eens navelstaarderige films op, maar dit jaar ontbreekt kinderachtig egocentrisme.

Ook fijn: er zijn geen melige satires en ironische drama’s. De nieuwe generatie filmmakers is de ironie voorbij. En vindt geen inspiratie in sociale problematiek. Geen integratieperikelen en globaliseringseffecten in hun films.

Een uitzondering is de documentaire Wie niet weg is, is gezien van Beri Shalmashi. De maakster, die Iraanse ouders heeft, voert gevluchte kinderen op die nog maar kort in Nederland zijn. In het niemandsland tussen twee culturen zitten zij niet bij de pakken neer, maar zetten ze hun eerste stappen op weg naar een leven in het nieuwe land. Een koe is nog een koe, maar als deze vitale kinderen de kans krijgen om zich te ontwikkelen, komt het vast goed.

De enige andere film die over de grens kijkt, is de documentaire Pjotr, brieven uit de Goelag. De film is te danken aan de Russische vriendin van Jan Jaap Kuiper, de maker van de documentaire. Zij vond brieven van haar overgrootvader bij haar oma in Sint Petersburg. Ze waren afkomstig uit de Goelag, waar de man in 1937 na een valse aanklacht naar toe was gestuurd. Zoals zo veel overtuigde communisten dacht hij dat Stalins regime een vergissing had gemaakt die snel ongedaan gemaakt zou worden.

Het liep anders. We weten hoe gruwelijk het leven in de Goelag was, maar ieder geval is altijd weer verbijsterend. Dat geen spoor is overgebleven van het kamp, maakt de verbijstering compleet. Zelfs de herinnering krijgt in Rusland geen kans. Aangrijpende film. Dicht bij huis blijven de drie andere documentaires. In Het geheim van Boccherini filmt Carine Bijlsma de fascinatie van haar vader, de cellist Anner Bijlsma, voor de Italiaanse componist Boccherini. In het paleis waar Boccherini componeerde, speelt een kamerensemble op Bijlsma’s verzoek muziek van de Italiaan. Kabbelende, aardige film.

De documentaire Wij gaan nergens naar toe is volgens maakster Josefien Hendriks ‘een filosofische roadmovie’. Een nogal pretentieuze omschrijving voor een film die aan het tv- programma Taxi doet denken. Hendriks liftte door Nederland en vroeg bestuurders naar zaken als verdriet en geluk.

Daar is niets mis mee, maar laten we de film niet groter maken dan hij is.

Interessanter is Overgave, waarin Joanna Wesseling een portret schetst van het leven van zes jonge nonnen, die wonen, bidden en werken in een plattelandshuisje. Dat ze ook joggen op Nikes haalt het clichébeeld van nonnen aardig onderuit. Even dachten we aan een

fakedocumentaire, maar de zusters van Sint Jan bestaan echt.

In het verleden waren documentaires op de Filmacademie bijna altijd beter dan fictiefilms, maar die tijd is sinds een paar jaar voorbij. Ook dit jaar is het niveau van de zeven fictiefilms uitstekend. Zwakke broeders zitten er niet tussen, al moet de kijker tegen zwaar melodrama bestand zijn om Uitzicht te kunnen waarderen. In de film belandt een zwemkampioene in een hel als haar man in coma raakt.

Regisseur Rogier Hesp introduceerde de film met de opmerking dat hij van films houdt die ‘larger than life’ zijn. Dat is gelukt.

Twee films stijgen boven alles uit. Het zijn op het principe ‘less is more’ gebaseerde juweeltjes. Ze gaan niet over grote dramatische, maar alledaagse gebeurtenissen. Het zijn films zonder dichtgetimmerd scenario, zodat de kijker meer mag doen dan aan het handje van de personages meewandelen. En het zijn films van makers die heel goed kunnen kijken.

In Daglicht worden een jongen en een meisje na een feest ’s morgens in bed naast elkaar wakker. Vrijen was één ding, maar hoe zien zij elkaar the day after? Daglicht roept de sfeer op van een stevige alcoholkater, waarin vage, fragmentarische gedachten alle kanten opvliegen. Wat willen de twee van elkaar? Blijft het bij een eenmalige vrijpartij of ontstaat er meer? Weten ze zelf wat ze willen? Scenarist en regisseur Michiel Rummens houdt het ambivalent. Daar is lef voor nodig. De film doet een groot subtiel talent vermoeden.

Dat geldt ook voor Gaandeweg, een subtiel meesterwerkje van Margot Schaap. De film voert een meisje op dat na haar vwo-examen op het punt staat om op kamers te gaan wonen. In het vage besef dat ze haar vertrouwde wereld verlaat, neemt ze alledaagse gebeurtenissen thuis scherper waar. Het voeren van het konijn door haar broertje, de vertrouwde stemmen in huis, het begraven van een dode vogel, de kwispelende hond: het zijn kleine dingen, maar ze krijgen plotseling een enorme lading. Schitterend.

Lichting 2009 krijgt het moeilijk.